Toon items op tag: jeugdzorg - SOS-Jeugdzorg

SOS-Blog

Verbeter Voorstellen m.b.t. handelswijze in Jeugdzorg

 

Voorwoord

 

Naar aanleiding van de reactie van het ministerie van Veiligheid en Justitie (hierna: Min V&J) op mijn klachten over hoe gezinsvoogde(sse)n (hierna: GV) zich gedragen, welke ik geplaatst had op de openbare reactie pagina van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, ontstond er eerst een mailwisseling tussen Min v&J en mij en vervolgens telefonisch contact. Tijdens het laatste gesprek werd mij nogmaals verzocht om mijn ideeën over verbeteringen aan te dragen vanuit mijn ervaring als ouder ondersteuner bij Stichting SOS Jeugdzorg.

 

Omdat binnen SOS Jeugdzorg een taakverdeling is onder vrijwillig(st)ers naar kennis en capaciteit en mijn kennis voornamelijk gericht is op de Awb en de toepassing daarvan op het handelen van bestuursorganen zoals bijvoorbeeld een Gecertificeerde Instelling (volgens art 1.1 Jeugdwet), heb ik binnen de groepen en ouder ondersteuners de vraag uit gezet wat bij hen de meest gehoorde klachten zijn (bij ouders waar het meeste zeer zit) over het handelen van gezinsvoogde(sse)n voor en tijdens OTS dan wel voor, tijdens en na UHP.

 

De hoeveelheid klachten was dermate groot en de diversiteit dusdanig omvangrijk dat ik ze onderverdeeld heb naar hoofdcategorieën waarbij de categorisering van actuele voorbeelden die ouders en hun ondersteuners mij aangeleverd hebben in bijlage 1 hoofdpunten staan en de letterlijke reacties van ouders zelf over dit onderwerp in bijlage 2 Klachten. Gezien de angst die er heerst onder ouders voor negatieve gevolgen als ze openbaar klagen, heb ik die zonder vermelding van naam of zaak gedaan maar voor de beeldvorming verzoek ik u dringend ook die te lezen.

 

Omwille van overzicht benoem ik dus enkel de hoofdpunten met daaraan gekoppeld de adviezen zoals SOS Jeugdzorg die voorstelt waarbij ik opmerk dat voor de verdieping daarvan en het begrip daarover, bijlage 1 als ingevoegd moet worden beschouwd.

 

Voor de goede leesbaarheid gebruik ik voornamelijk de enkelvoud vorm waarbij meervoud ook van toepassing moet worden verondersteld (en vice versa) en onder GV dient in principe ook begrepen te worden de sociaal wijkteam medewerk(st)er.

 

Deze voorstellen zijn in de hoofdmoot gericht op het bewerkstelligen van een cultuur omslag binnen het jeugd stelsel en dan vooral bij de uitvoerenden aangezien daar het grootste pijnpunt nog steeds ligt. Het is namelijk gebleken dat ondanks alle verbeter trajecten en het opstellen van (verplichte) beleid-/gedragsregels het grootste probleem nog altijd ligt bij de kleinste schakel in de keten: De GV danwel de medewerk(st)er van het sociaal wijkteam.

 

Hoofdpunten van klachten

 

1. Dossier, rapport vorming, (indicatie) besluiten

 

a) feitelijk versus subjectief

Met het invoeren van de nieuwe Jeugdwet in 2015 is (o.a.) art 3.3 toegevoegd waarin staat: ”De raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling zijn verplicht in rapportages of verzoekschriften de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren”.

De wetgever heeft hiermee de artikelen 21 en 150 Rv direct van toepassing gemaakt op geschriften zoals die opgesteld worden in jeugdzorg en gepoogd een verbetering aan te brengen in voornoemde geschriften en dit naar aanleiding van vele voorstellen, waaronder die van voormalig kinderombudsman M. Dullaert. In de praktijk blijkt echter dat art 3.3 Jw op een onjuiste wijze geïnterpreteerd wordt, waarbij de nadruk komt te liggen op het woord “waarheid” en niet “feiten”. Waardoor (wederom) de subjectieve waarheid van een GV in verzoekschriften gepresenteerd wordt aan de diverse ketenpartners en de rechterlijke macht, als zijnde feitelijk.

Over de gehele linie, dienen jeugdwerkers er van bewust gemaakt te worden wat het verschil is tussen waarheid (subjectief en dus onderhevig aan persoonlijke voor-/afkeur etc.) en feiten en hoe die verschillen duidelijk in rapporten gescheiden moeten worden. Ook moet duidelijk gemaakt worden hoe de feiten “naar waarheid” en “volledig” opgeschreven dienen te worden.

 

Als een voorval éénmalig is geweest dient dat bijvoorbeeld in een rapport niet als “soms” omschreven te worden maar als één keer. Als een ouder schijnbaar boos is (wat echter ook gefrustreerd of angstig kan zijn) dient men dat te scharen onder “ik heb ouder zo ervaren” of “ouder kwam zo op mij over” en niet dat ouder agressief, strijdend, aanvallend is. Waarbij ik nog wil opmerken dat het accuraat duiden van iemands gemoedstoestand een hoog diagnostisch vermogen verlangd, iets waar GV’s vaak niet gekwalificeerd genoeg voor zijn. Het daadwerkelijk verbinden van een diagnose aan zulk gedrag, is voorbehouden aan een BIG geregistreerde die zelf met de ouder gesproken heeft en men hoort in rapporten dus enkel diagnoses van ouders te vinden die op voornoemde manier tot stand gekomen zijn. Het belang hiervan dient tot aan de laagste schakel in de zorgketen benadrukt te worden.

‘Wat is in onze ogen een verantwoorde en respectvolle manier om deze jonge mensen zo te begeleiden dat ze de vaardigheid ontwikkelen om steeds flexibel te blijven en in te kunnen spelen op een snel veranderende maatschappij en zich ontplooien tot sociale, kritisch denkende en zelfredzame wereldburgers?’ 

 

Door Lukretia S. Bressers-Tuinstra
Creatief Onderwijs Vernieuwer
The Next Generation

 Malieveld Den Haag, 29 juni 2016

 

 

Dit is een stelling die wij ouders allemaal begrijpen!

 

Het recht van opvoeding eerbiedigt de staat van ouders om zich van die opvoeding en van dat onderwijs te verzekeren, die overeenstemmen met hun eigen godsdienstige en filosofische, pedagogische en didactische overtuigingen!

 

Wanneer hier niet aan voldaan wordt krijg je te maken met thuiszittersproblematiek. Op dit moment zijn 21.000 kinderen verstoten van onderwijs.

Als de leeftijd doorgetrokken wordt naar 23 jaar spreken we over 150.000 jonge mensen die geen startkwalificatie of diploma hebben en niet naar school gaan.

 

Art 23 lid 2 Onderwijs

Het onderwijs geven is vrij, behoudens het toezicht van de overheid en voor wat bij de wet aangegeven vormen van onderwijs betreft, het onderzoek naar bekwaamheid en de zedelijkheid van hen die onderwijs geven, een ander bij de wet te regelen.

 

Art 8 Primair onderwijs

 

Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Het wordt afgestemd op de voortgang van de leerlingen.


Toespraak Jeugdzorg Dark horse       

Door: Ranada van Kralingen

Malieveld Den Haag, 29 juni 2016                                                                                   


Jeugdzorghulp werkt averechts


Jeugdzorg is een systeem dat kinderen zou moeten beschermen, maar dit te vaak niet doet. Een systeem dat zichzelf in standhoudt door soms onbedoeld kinderen te traumatiseren en langer aan het hulpverleningsinfuus te houden dan nodig is. Als deze kinderen later volwassen zijn komen ze in veel gevallen opnieuw met jeugdzorg in aanraking, wanneer ze zelf kinderen hebben.


Waarheidsvinding


Kinderen worden in Nederland uit huis geplaatst, weggerukt van hun familie, maar als achteraf blijkt dat er fouten zijn gemaakt komen de kinderen vaak niet terug. Er wordt óók achteraf niet aan waarheidsvinding gedaan, zodat ouders een onmogelijke strijd voeren, waarbij de beschuldigingen aan hun adres zich opstapelen, om de fouten van jeugdzorg zelf te maskeren.


Speculaties in rapportages


In de brief van Minister van der Steur van 13 april 2016 aan de Tweede Kamer staat dat goede voornemens om feiten en meningen te scheiden in de rapportages van jeugdzorg en de Raad nog lang niet goed gaat.


Een terugkerende klacht blijft ook in 2016 dat feiten en meningen niet afdoende worden gescheiden. De inhoud van rapporten zijn niet voldoende consistent en er zijn klachten over onzorgvuldig onderzoek of niet objectief onderzoek.


In 2013 heeft toenmalig kinderombudsman Marc Dullaert in het rapport "is de zorg gegrond" al aangegeven dat er veel mis is in de jeugdzorg als het gaat om feiten en speculaties in rapportages. Hij sluit niet uit dat er kinderen onterecht uit huis zijn geplaatst…………..


De rapportages van jeugdzorg gezinsvoogden zijn van slechte kwaliteit en kenmerken zich door speculaties, vermoedens en onderbuikgevoelens. De Kinderombudsman constateert dat deze instanties te weinig garanties hebben ingebouwd om het aantal fouten tot een minimum te beperken. Er wordt gebruik gemaakt van informantenonderzoek, waarbij de verkregen gegevens niet worden getoetst. Ook de kinderrechter doet vaak niet aan materiële toetsing van gedane beweringen.


Decentralisatie


In de 2015 kwam de decentralisatie met de belofte dat alles beter zou worden, maar het oude Bureau jeugdzorg gaat gewoon door onder een andere naam als gecertificeerde instelling. De decentralisatie heeft niets veranderd aan haar werkwijze, want die is nog even ondoorzichtig als voor de transitie. “Het is de dictatuur van de jeugdzorg”, zeiden twee advocaten uit Enschede in de Tubantia van 28 mei:


“Er is een religie in Nederland en die is dat jeugdzorg alwetend is en àltijd gelijk heeft.“ Toen de advocaat in een zitting aangaf dat de gezinsvoogd loog, zei de rechter: ‘Ik geloof de gezinsvoogd áltijd’. De visie van de Raad voor de Kinderbescherming de jeugdzorginstelling, Veilig Thuis of Jeugdbescherming wordt meestal gevolgd door de kinderrechter, ook als er sprake is van aantoonbare onjuistheden, liegen of valsheid in geschrifte.


Wil men dit echt gaan aanpakken dan pleit ik voor de beëdiging van jeugdzorgmedewerkers en Raadsmedewerkers in de rechtbank. Laat ze hun verklaringen onder ede afleggen. Het is in de familierechtbank bijna altijd een thuiswedstrijd voor Jeugdzorg. En dat weten ze. Daarom kan dit perverse systeem nog decennialang mee.


Aan het einde van het rapport van de Kinderombudsman staan aanbevelingen, maar die aanbevelingen zijn niet bindend. Iedereen belooft beterschap, en niets verandert. Jeugdzorg lacht erom en politici verschuilen zich achter het zoveelste onderzoek dat ze hebben laten doen. Maar het onrecht gaat gewoon verder.


“WAARHEIDSVINDING” IS EEN LEUGEN Over repressieve tolerantie: Hoe de overheid protesten neutraliseert


Door Mr. Ir. P.J.A. Prinsen oud-advocaat

Malieveld Den Haag, 29 juni 2016


1. Weldaden en wandaden


Er zijn ontaarde ouders die aan weldenkende mensen de reactie ontlokken “Hier moet ingegrepen worden”. Ingrijpen kan dan noodzakelijk zijn en een weldaad voor hun kind. Over die ouders ga ik het niet hebben. Ik ga niet de weldaden, maar de wandaden van Jeugdzorg en consorten belichten.


2. Wandaden

Ik ga het hebben over de ouders in de jeugdzorg die protesteren tegen brutale schending van kinder- en mensenrechten. Tegen verkrachting van de Rechtsstaat. Hun kinderen zijn op valse gronden uit huis gehaald en afgevoerd naar een geheim adres. Die ouders – het zijn er ontelbare – protesteren wanhopig. Voor hen is het oorlog, en dat blijft het zolang hun kinderen wegblijven. Soms zien ouders dat aankomen. Zij vluchten naar het buitenland om daar asiel aan te vragen. Asielzoekers zijn het, maar dan ‘anders’. Autoriteiten doen die protesten nog altijd geringschattend af als “uitingen van ontevreden ouders”. Wie dat durft te zeggen getuigt niet van enig besef van urgentie. Van besef dat er een eind moet komen aan deze Rechtsstaat onwaardige wandaden.


3. De Praktijk


Het is soms niet meer dan kwaadsprekerij, soms een alledaags incident waarom een kind bij zijn ouders wordt weggehaald. Op verraderlijke manier, van het ene op het andere moment. Hun kind raakt in paniek. Het wordt zo naar een geheime locatie gebracht. Na enkele dagen ontvangen de ouders het fax-verzoek aan de kinderrechter tot spoed-uithuisplaatsing.Motivering: “Onderzoekshypothese: jarenlange kindermishandeling”.


Een week later krijgen de ouders het definitieve verzoek UHP, onderbouwd met een professioneel ogend rapport. Daarin lezen zij weer als motivering: "jarenlange kindermishandeling". Maar tot hun verontwaardiging is wat eerst nog een hypothese was zonder onderzoek tot feit verheven. In een lawine van volgende rapporten zal dit "feit" klakkeloos als uitgangspunt worden genomen.


Een week of drie later vindt het eerste contact met hun kind plaats. Een uurtje, onder toezicht, op het politiebureau of op het kantoor van Jeugdzorg. En dat elke twee weken. Ter voorbereiding op het ouderbezoek wordt hun kind telkens belast met een strikte geheimhoudingsplicht omtrent het pleegadres. De ontmoetingen van het kind met zijn ouders zijn daardoor telkens beladen met angst voor versprekingen. Na enkele bezoekjes schrijft Jeugdzorg aan de ouders: "De bezoekregeling met u roept dusdanig veel spanningen op dat uw dochter angstig is, reden waarom de bezoekregeling voor drie maanden wordt stopgezet".


Wijzen de ouders op de onjuistheid van de beschuldigingen en de oncontroleerbaarheid van hun beweringen, dan krijgen zij van Jeugdzorg te horen:


" Waarheidsvinding behoort niet tot onze taak".
Wijzen zij erop dat hun kind niets mankeert en het voortreffelijk doet op school, dan lezen zij tot hun verbijstering in een volgend rapport:


"Het kind komt over als een zwaar beschadigd meisje als gevolg van jarenlang huiselijk geweld. Juist het feit dat zij ogenschijnlijk niets mankeert en 'gewoon meedoet op school', zou gezien kunnen worden als zorgelijk. Hieruit blijkt namelijk dat zij al jaren rondloopt met een groot geheim en dit nooit met iemand heeft kunnen delen".


Wijzen zij op de innerlijke tegenstrijdigheid ("Komt over als zwaar beschadigd" versus "mankeert ogenschijnlijk niets"), dan is het antwoord wederom:


" Waarheidsvinding is niet onze taak". Kaarten zij het aan bij de Externe klachtencommissie dan opent de voorzitter met:


"Vooraf moet ik u erop wijzen dat het in het jeugdrecht niet gaat om waarheidsvinding".


Klagen zij bij de Raad voor de Kinderbescherming over het klakkeloos overnemen van evidente onzin, dan krijgen zij te horen:


"In het jeugdrecht gaat het niet om waarheidsvinding".


Komen zij bij de kinderrechter, dan opent ook die de zitting (met gesloten deuren!) met de woorden:


"Vooraf moet ik u erop wijzen dat het hier niet gaat om waarheidsvinding".

JeugdZORG - RECHTvaardig

Woensdag 29 juni 2016 zal er een manifestatie plaatsvinden op het Malieveld voor ouders, familie van gezinnen die met jeugdzorg te maken hebben (gehad), hulpverleners uit de (jeugd)zorg zijn ook welkom.


Jeugdzorg zou een instantie moeten zijn waar je als ouders terecht kunt met je zorgen en vragen over je kinderen, zonder angst voor ondeskundig handelen, speculaties in rapporten en machtsmisbruik van een gezinsvoogd . Een jeugdzorg die niet telkens de wet met voeten treed. Wij van stichting SOS Jeugdzorg willen deze dag vertellen over onze voorstellen voor een professionele en transparante jeugdzorg. Er zijn sprekers uit de advocatuur, politiek, Joep Zander (pedagoog) en ouderbelangenorganistaties. Bikers Against Child Abuse International Nederland zal aanwezig zijn met een voorlichtingsstand en zal u graag te woord staan. Er is een liveband en een springkussen voor de kinderen.

Patiëntenkoepel Landelijk Platform GGz wil dat er een autoriteit met doorzettingsmacht komt waar kinderen en ouders terecht kunnen die te lang moeten wachten op zorg of niet de juiste zorg krijgen aangeboden. Gemeenten die verantwoordelijk zijn voor de jeugdzorg hebben te weinig geld, te weinig kennis en hulp laat te lang op zich wachten.

Wachtlijsten
De overgang van de jeugdzorg naar gemeenten gaat gepaard met veel problemen. Kinderen die zorg nodig hebben, moeten vaak zo lang wachten dat ouders met hun handen in het haar zitten. Ze worden van het kastje naar de muur gestuurd: naar de gemeente, het wijkteam of de hulpverlener.