Het reparatie-denken in de jeugdzorg - SOS-Jeugdzorg

SOS-Blog

Het reparatie-denken in de jeugdzorg

aug 22 2020

 

In het jeugdzorgsysteem is er geen integraal gezinsbeeld waarin de ouders een toegevoegde waarde hebben. Er wordt probleem-zoekend gewerkt in de jeugdzorg en er wordt enkel aan één of meerdere problemen gewerkt die zouden moeten verdwijnen of verminderen. De aanname dat goed functionerende gezinnen zeer kansrijke kinderen voortbrengen is niet het uitgangspunt, maar reparatie-denken. Alles wordt instrumenteel beschouwd, zodat een pleeggezin gelijkwaardig is aan het biologisch ouderschap. Maar de adoptie-wetenschap heeft aangetoond dat gezinnen wel degelijk toegevoegde waarde hebben in verband met de identiteitsvorming van kinderen/jongeren. (1) Een biologisch gezin dat goed functioneert is als het ware een gratis pleeggezin voor jeugdzorg. Je ouders kennen is voor hen alleen maar een juridisch recht (omgangsrecht) en geen ideale situatie vanuit het kind gezien.


Je bent niet alleen sociaalpsychologisch door je ouders gevormd, zoals sociaal werkers graag benadrukken, maar je draagt ook hun genen. In een fijn en warm gezin wordt de bloedband versterkt door een goede opvoeding. Sommige sociologen/professoren verbonden met jeugdzorg (Jan C.M. Willems ) praten daarom ook graag over de bloedband-mythe om het belang van de gezinsband te ondermijnen. Je kunt nu eenmaal makkelijker kinderen uit gezinnen wegnemen als je de halve waarheid vertelt, dat kinderen niet meer nodig hebben dan eten, verzorging en een dak boven hun hoofd. (2) In het jeugdzorg-systeem worden ouders primair als risicofactor gezien en nauwelijks als een hulpbron (de belangrijkste hulpbron) voor het opgroeiende kind. Het liefst nemen professionals van diverse instanties en scholen de opvoeding van ouders uit handen, omdat het wantrouwen naar ouders groot is. Dit leidt op termijn tot staatsopvoeding. (3) Door geleidelijk aan jeugdzorg het onderwijs in te brengen wordt de opvoeding langzaam overgenomen van ouders (GIRFEC), omdat ouders ook worden ingezogen in door de overheid gedicteerde sociale en maatschappelijke waarden. Ook hier is weer de aanname dat ouders die zelf niet hebben of niet de juiste waarden. Daarnaast is er in de praktijk weinig vertrouwen in de weerbaarheid van kinderen. Ieder zorg-signaal is een fataal element dat ‘bedreigend’ is voor het veilig opgroeien, zonder te accepteren dat ouders en kinderen samen een dynamisch leerproces doormaken gedurende de hele jeugd en opvoeding van het kind. Kinderen leren van ouders en ouders leren van hun kinderen.

 

 

 

‘Goed genoeg’

Emeritus hoogleraar Ido Weijers zei dat jeugdzorg niet moet streven naar perfecte ouders, maar naar ouders die ‘goed genoeg’ zijn. (4) Het meest in het oog springend bij de selectieve blik van jeugdzorg en de instrumentele protocollaire manier van werken is het fenomeen van één kind weghalen. Het idee dat een gezin één kind niet zou kunnen opvoeden, dat uit huis wordt geplaatst, terwijl twee andere kinderen gewoon in het gezin kunnen blijven. Het uithuisgeplaatste kind heeft geen aantoonbare psychische afwijkingen, maar kwam toevallig in de jeugdzorgmolen terecht vanwege een anonieme melding. De juridische strijd naar aanleiding van de melding is geëscaleerd, verder niets. Zonder verdere onderbouwing vanuit jeugdzorg bedreigen ouders blijkbaar slechts één kind en jeugdzorg blijft dit met droge ogen volhouden in de rechtszaal. Zelfs jeugdzorgmanagers afkomstig uit het veld hebben hier in het verleden wel eens vraagtekens bij gezet, maar deze praktijk gaat onverminderd door. Het probleem van jeugdzorg is tevens dat de GI (Gecertificeerde Instelling) geen hulpverlener is als zodanig, maar een hulp-organisator die moet doorgeleiden naar hulp. Ze signaleren slechts de zorgen en ‘monitoren’ de situatie, wat hun functie bijzonder verwarrend maakt, omdat ze als sociaal werkers ook graag zelf invulling geven aan een casus. Ze zijn een beetje hulpverlener, een beetje politieagent en een beetje regelaar tussen de instanties en gezinnen in. Daarom snapt ook niemand wat ze precies doen of wat er van hen valt te verwachten. Het ergste is dat ze dat zelf vaak ook niet weten. De ene gezinsvoogd gaat er met gestrekt been in (dreigen met rechtsgang) en de andere probeert met goede gesprekken alles op te lossen. (5) De ene VT-medewerker ziet overal gevaren en de volgende vraagt of moeder ‘nog iets kan bedenken’ waarmee ze geholpen wil worden. De uniformiteit is na al die jaren van onderzoek naar de werkwijze van jeugdhulpverleners nog ver te zoeken.

 

Geen invloed op de rechtsgang

De gezinsvoogd wordt niet naar de rechtbank gestuurd, maar de jurist van de GI. Als er al een jeugdbeschermer naar de rechtbank gaat is het vaak niet degene die de casus kent. Dat laat zien dat jeugdzorg niet als getuige-deskundige in de rechtszaal zit, maar als casemanager die ‘zorgen’ in kaart brengt. De interventies worden door anderen gedaan en jeugdzorg bereidt de aanvraag van juridische maatregelen voor (samen met de RvdK). Jeugdzorg zelf legt nooit inhoudelijk verantwoording af voor de zorgkwaliteit. Daarvoor moeten ouders aparte tuchtrechtelijke procedures voeren tegen mensen die een BIG-registratie hebben. Of een tuchtrechtelijke klacht over het handelen van de casemanager, maar die staat in geen enkel verband met de rechtszaken over de voogdij zelf. Niemand bekommert zich over hoe de manier van werken van de gezinsmanager de rechtsgang nadelig beïnvloedt en het recht op gezinsleven van het kind ernstig wordt benadeeld door incompetentie of onwil van jeugdzorg. Het zijn en blijven gescheiden zaken. De gezinsvoogd staat niet terecht. Er wordt een oordeel geveld over de ouders, wat de gezinsvoogd ook fout zou hebben gedaan in een gegeven casus en dat frustreert ouders mateloos. Daarbij heeft een gewonnen tuchtrechtelijke procedure tegen de gezinsvoogd of de GI ook niet met terugwerkende kracht effect op het onder toezicht gestelde of uit huis geplaatste kind. Zo kan het systeem blijven doorgaan op deze voet, want het tuchtrecht heeft geen invloed op de rechtsgang, het is enkel een vervelende kiezelsteen in de schoen van de jeugdzorgwerker die op blote voeten gewoon doorloopt naar het geplande doel.

 

Sven Snijer

 

(1)http://svensnijer-essays.blogspot.com/2017/08/rene-hoksbergen-over-adoptie-en.html

(2)https://www.cambridge.org/core/books/denialism-and-human-rights/denial-of-developmental-needs-of-foster-children-by-dutch-youth-care-services/78B546F1488013D59611501E61DB4FAE

http://svensnijer-essays.blogspot.com/2019/09/jeugdzorg-van-sociale-utopie-naar_26.html

(3)https://jeugdbeschermer.blogspot.com/p/girfec-voor-dummies.html

http://svensnijer-essays.blogspot.com/2020/02/hoe-de-overheid-gezinswaarden-devalueert.html

(4)http://svensnijer-essays.blogspot.com/2018/04/het-belang-van-ouders.html

 
(5)http://svensnijer-essays.blogspot.com/2017/02/bevrijdt-de-hulpverlener_28.html

 

 

Lees 432 keer Laatst aangepast op zaterdag, 22 augustus 2020 16:28
Beoordeel dit item
(1 Stem)