Jeugdzorg in dienst van gezinnen - SOS-Jeugdzorg

SOS-Blog

Jeugdzorg in dienst van gezinnen

juni 27 2021

 

Het leek altijd een voordeel om zondermeer gelooft te worden door de rechter omdat de jeugdzorgmedewerker geldt als de professional, maar uiteindelijk werkt het in het nadeel van de hele sector. De gang naar de rechter is een standaardprocedure geworden in plaats van een uiterste maatregel. Naar de rechter gaan is vanuit de hulpvraag gezien al het falen van jeugdzorg. Normaal gesproken moet je dat ten koste van alles voorkomen, maar er wordt nu al vaak aan het begin van een traject mee gedreigd. En waarom doen ze dat? Omdat jeugdzorgwerkers en ketenpartners weten dat de controlerende taak van de rechter marginaal is. Dit ondermijnt automatisch een gezonde werkwijze in de hulpverlening.

 

 

Als de rechter niet weet hoe hij het werk van de jeugdzorg-professional moet toetsen dan komt het de kwaliteit van die zorgtaak niet ten goede en dan verliezen ouders daar bovenop ook nog eens het vertrouwen in het rechtssysteem wat leidt tot veel conflicten, bedreigingen richting Jeugdzorg en een hoog verloop van medewerkers. Niemand vindt dit werk nog leuk. Jeugdzorg heeft al meer dan veertig jaar een negatieve pers en dat zijn niet alleen maar incidenten, maar structurele tekortkomingen in werkwijze, bejegening van ouders, in combinatie met een falend rechtssysteem. Jeugdzorg is te vaak een systeem dat gehoorzaamheid afdwingt in plaats van hulp te organiseren die van toepassing is op de gezinssituatie.


 

Een toetsingskader voor rechters (1) beschermt niet alleen kinderen en ouders tegen willekeur van jeugdzorgmedewerkers, maar het helpt ook de jeugdzorgwerker bij een transparante werkwijze en zelfs bij acceptatie van ouders bij gedwongen maatregelen als die weten dat de rechtsgang correct is geweest en niet als een dekmantel heeft gefungeerd voor falende zorg.

 

Het is dus in het belang van jeugdzorg om bij de politiek te gaan lobbyen om haar werk beter te laten controleren door de rechtelijke macht. Om rechters in staat te stellen om objectief vast te stellen of zowel de rechtspositie van ouders en kinderen, als de zorgplicht van de hulpverlener zijn geborgd in het hulpverleningstraject. Een rechter moet kunnen gelasten tot nader (specialistisch) onderzoek en jeugdzorg moet binnen een gestelde termijn daaraan gehouden worden. Bij voorkeur door dezelfde rechter.

 

 

Kind-geobsedeerde maatschappelijke groepen

 

Er zijn kind-geobsedeerde maatschappelijke groepen zoals de AUGEO foundation (2) die een goede boterham verdienen aan het constant propageren om kindermishandeling op te sporen. Deze club lobbyt stevig in Den Haag om nietsvermoedende politici in te fluisteren hoe vreselijk veel mishandelde kinderen er nog niet gevonden zijn. Deze club zweept de meldhysterie graag op en de branchevereniging Jeugdzorg Nederland zegt nou niet echt: “Ho eens even, willen we dit wel?” Iedere ouder verdacht, GIRFEC, SMECC, PCF, KansrijkeStart, Handle with care, e-learning cursussen kindermishandeling, klusjesmannen die kindermishandeling gaan signaleren, mondhygiënisten – tandartsen, de glazenwasser, SEH. In wat voor maatschappij komen we dan terecht?

 

 

Amateurisme in de wijk

 

De sociale wijkteams hadden een vriendelijke manier van preventie moeten zijn midden in de wijk, maar door amateurisme, in iedere gemeente opnieuw het wiel uitvinden, de instructie om specialisten zoveel mogelijk buiten de deur te houden en de onvermijdelijke connectie met de G.I. en dingen als ‘beschermingsplein’ (waar de RvdK aanschuift) waarin meteen al met de rechter werd gedreigd, veranderde de wijkteamleider van een ‘generalist’ en ‘alleskunner’ gewoon in een soort teamleider van jeugdzorg. We moeten niet steeds nieuwe dingen verzinnen in dit land, maar bestaande systemen verbeteren. En de jeugdzorg moet zichzelf leren beschermen tegen de mishandelingslobby, want het systeem raakt verstopt en de verhouding met de cliënt kan al bijna niet slechter.

 

 

Steeds dezelfde conclusie

 

Het rapport van de SER, alle aanbevelingen die daar in staan dat waren juist alle aanbevelingen voor de transitie. Er is helemaal niets van terecht gekomen. Waarom vraagt niemand zich af hoe dat kan? Iedereen en met name de VNG verschuilt zich achter bezuinigingen, maar iedereen wist dat die bezuiniging erin zat. En indertijd kraaide de VNG als geen ander dat de Transitie bezuinigend zou werken, maar de gemeentes hebben laten zien dat ze het geen haar beter konden dan de jeugdzorg ‘oude stijl’. (3) Na hun krokodillentranen noemen ze nu de uitspraak van de rechter historisch, dat er miljarden bij moeten vanuit de landelijke overheid, maar zij waren juist diegene die de overheid ervan overtuigden dat het beter en goedkoper kon. Net als bij iedere politieke discussie over jeugdzorg ging het over geld en bestuurlijke zaken, maar niet over het volautomatisch doorsluizen van zorgtaken naar een juridisch kader. En dat is nu juist wat jeugdzorg zo peperduur maakt. En wat het schrijnende leed veroorzaakt. Ten onrechte denkt landelijk en lokale politiek geen zeggenschap te hebben over het juridische deel van de jeugdzorg, maar dat hebben ze wel als ze de rechter betere toetsingsinstrumenten geven voor zo wel de zorgkwaliteit als een eerlijke rechtsgang.

 

 

Prevalentieonderzoek

 

De meldhysterie wordt ook voortgedreven door het prevalentieonderzoek waar de sector telkens naar wijst. De NPM-onderzoeken van de gelauwerde Van IJzendoorn kloppen niet. Anders dan hij claimt heeft hij niet de prevalentie van kindermishandeling onderzocht, maar anonieme vermoedens van anonieme professionals geturfd. (4)

 

 

De anti-ouder houding

 

Er is een krachtig anti-ouder sentiment dat alleen maar sterker wordt in onze samenleving. Dat is te merken bij de pedagogiek opleidingen en in het werkveld. Aanstichters zijn o.a. het GIRFEC gedachtegoed, SMECC van Jan Willems (professor, universitair docent), de overdreven haast sektarische focus op het kind en kinderrechten. Dit zorgt voor een Kindredderssyndroom met alle lelijke uitwassen vandien. Globalistische gezinsvernielers die de maakbaarheid van de mens over de uiterste grens duwen, die elke biologische en karakterologisch-intrinsieke waarde van het kind willen uitbannen in hun mechanistische wereldbeeld. Die door de Staat gevormde kinderen willen die later precies passen in dat maatschappelijke systeem, dat er niet bestaat voor burgers maar waar burgers voedsel zijn voor het systeem. Hun kinderen zullen in de nieuwe maatschappelijk orde (SDG’s Social Developmental Goals en Build Back Better) weer de volgende generatie ouders en hun kinderen onderwerpen aan de staatsideologie en zo wordt een perpetuum mobile gecreëerd. In zo’n samenleving heeft iedereen dezelfde mening, want specifieke gezins- familiewaarden hebben daarin geen plaats. Als dit collectieve conditioneringsproces slaagt zullen de opeenvolgende generaties gaan geloven dat het allemaal uit ‘vrije wil’ is. Kinderen zullen boven hun ouders staan en de ouders verafgoden het kind.

 

 

‘Het Kind’ als alternatieve religie

 

De ‘psychologie van het kind’ wordt zo een alternatieve religie in de post-religieuze samenleving. Het dwepen met kinderen (kindburgemeesters, Raad van Kinderen, Kinderklimaat-marsen) zijn niet een toevallige objectivering van het kind, maar doelbewuste mechanismen van specifieke belangengroepen die tot doel hebben dat het kind niet wordt gezien in een organische eenheid met het gezin en de familiewortels waar het bij hoort. De identiteit van het kind wordt kunstmatig door de samenleving opgelegd onder het mom van veiligheid en talentontplooiing. In werkelijkheid zijn dit ouderschaps-ondermijnende tendensen van figuren die niets op hebben met gezinswaarden. En dit kan ideologisch of financieel gemotiveerd zijn of beiden.

 

 

Actieplan

 

Voorop in dit actieplan staat voor de ouders de oorspronkelijke bedoeling van het congres ‘waarheidsvinding’: bestrijding van valse beschuldigingen tegen de ouders, en andere uitwassen van willekeur. (Dat is iets anders dan waarheidsvinding). (5)

 

In concreto hebben ouders de volgende maatregelen op hun programma van wensen, met het doel: daadwerkelijke uitbanning van het euvel van, tegen ouders gerichte, ongegronde beschuldigingen en manipulaties, expliciet, impliciet of bij suggestie door:- bezinning op en erkenning van de integriteit van het ouderschap;- rechtstheoretische analyse van de oorzaken, en implementatie van de verkregen inzichten, in de wet (zie hierna: vage rechtsnormen);- doeltreffende sancties, onder meer zoals hieronder aangegeven,

 

 

INTEGRITEIT VAN HET OUDERSCHAP IN DE GRONDWET

 

1.Aan artikel 11 van de Grondwet moet een lid 2 worden toegevoegd, zodat het komt te luiden:

 

1.Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam".

 

2.Ouders en kinderen hebben, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op onaantastbaarheid van het ouderschap.

 

 

VOORKOMING ONGEGRONDE BESCHULDIGINGEN

 

2.Rationalisering van de maatregelen van kinderbescherming: vervang de vage rechtsnorm “ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd” (art. 1:255 BW) door een uitgebreid stelsel van scherpe gecodificeerde rechtsnormen (Barendrecht, Forder) waaraan jeugdbeschermers en kinderrechters houvast hebben bij het verzoeken en berechten van een maatregel. Zie: Mr. Ir. Peter Prinsen, Rechtsvinding en Waarheidsvinding in de Justitiële jeugdketen.

 

3.Invoering van een onafhankelijke onderzoeksrechter met het doel: -een in gang gezette spoed-uithuisplaatsing binnen 3 dagen te toetsen aan artikel 800 lid 3 Rv. Bij gebleken ongegrondheid van de gestelde spoed kan het kind terug naar het eigen gezin om het eventuele onderzoek naar de noodzaak van de maatregel vanuit de thuissituatie af te wachten.-ingeval van reguliere OTS of UHP: bij betwisting van in rapporten of verzoekschriften aangevoerde feiten deze te doen onderzoeken en zo nodig te corrigeren vóórdat de kinderrechter kennis neemt van de zaak. -art. 3.3 Jeugdwet te versterken met niet-ontvankelijk verklaring van de Raad voor de Kinderbescherming of de Gecertificeerde Instelling (G.I., vroeger Gezinsvoogdij Instelling) indien de Raad of de G.I. zich evident niet onafhankelijk heeft opgesteld jegens de voorgangers in het traject (G.I. c.q. Veilig Thuis) en handelt in strijd met de uit art. 3.3 Jw voortvloeiende rechtsplicht.

 

4.Schaf de Verwijs Index Risicojongeren (V.I.R.) af. De V.I.R. creëert rondom elke casus een netwerk waarin niet-geverifieerde meningen en ongecontroleerde verdenkingen onder van professionals een eigen leven gaan leiden, en waarin de onbevangenheid van onderzoekers wordt bedreigd.

 

5.Voer een verbod in op telefonisch informantenverhoor door de Raad voor de Kinderbescherming. Deze praktijk is in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor, dat vereist dat partijen en “informanten” in elkaars bijzijn met elkaars stellingen geconfronteerd moeten worden.

 

6.Ontwikkel beleid gericht op het bestrijden van valse beschuldigingen door ouders onderling die zich in familierechtzaken (gezag en omgang) laten verleiden tot die valse beschuldigingen door het processuele voordeel dat daarmee samenhangt.

 

 

BESTRIJDING VAN ONGEGRONDE BESCHULDIGINGEN

 

7.De Richtlijn dient versterkt te worden met sancties bij overtreding ervan. De Richtlijn dient een lijst te bevatten van verboden woorden en uitdrukkingen. Verboden omdat ze subjectief, suggestief of tendentieus zijn, zoals “Er zijn zorgen”, “niet coöperatief”, “niet leerbaar” enz.

 

8.In rapporten en verzoekschriften dient standaard het SKJ-nummer van iedere betrokken professional te worden vermeld. In het register van de SKJ (Stichting Kwaliteitsregister Jeugd, professionals zijn daarin verplicht ingeschreven) zijn professionals in geval van een klacht vaak niet terug te vinden doordat de professional staat ingeschreven b.v. met de eigen naam maar rapporten ondertekent met de naam van de huwelijkspartner of andersom.

 

9.Voer een onafhankelijke functionaris in belast met de tuchtrechtelijke vervolging van schendingen van de van toepassing zijnde professionele standaard voor het Tuchtcollege van de SKJ zodat ouders die niet bedreven zijn in de materie toch kundig hun klacht kunnen voorleggen.

 

RECHTSSTATELIJKE BEGINSELEN

 

10.Zittingen in het Familie- en Jeugdrecht vinden van oudsher met gesloten deuren plaats. Dit is in strijd met de rechtsstatelijke regel van openbare rechtspraak. Ook kinderen hebben recht op rechtsbescherming door openbaarheid van rechtspraak. Maak de zittingen openbaar toegankelijk.

 

11.Goede-ouder presumptie: Ouders worden geacht goede ouders te zijn totdat het tegendeel blijkt. Verdenking moet berusten op feiten, niet op meningen. Als er geen feiten zijn die grond opleveren tot verdenking mogen ouders niet gedwongen worden mee te werken aan psychiatrisch of andersoortig onderzoek, in strijd met de goede-ouder presumptie.

 

12.De drang- in plaats van dwang-methode is niet verenigbaar met het legaliteitsbeginsel. Er bestaat geen wettige grondslag die het bestuursorgaan daartoe machtigt.

 

13.Beëindig de extra judiciële, op managementconcepten gebaseerde overlegstructuren die voorafgaan aan de juridische procedure. Beschermingstafels en casusoverlegstructuren

 

voorafgaand aan een procedure zijn, gelet op de nauwe banden van de deelnemers met de rechterlijke macht niet verenigbaar met het procesrecht.

 

14.Schrap de bepalingen van art. 1:238 lid 3 BW en art. art. 1:265j lid 3 BW voor zover daarin aan de Raad voor de Kinderbescherming (naast zijn bestaande rol als maatregelverzoeker) een adviesrol t.b.v. de rechter en keteninstellingen wordt toegekend.

 

15.Bewaak de zuiverheid in het taalgebruik door instanties. Beëindiging van een uithuisplaatsing wordt in het spraakgebruik van de autoriteiten aangeduid als “terugplaatsing” of “thuisplaatsing” in plaats van “beëindiging van de maatregel”. “Terugplaatsing” getuigt van onbegrip van de betekenis van het ouderschap in het recht. Ouderschap is niet een datieve (door een rechter toegekende) maar een natuurrechtelijke rechtsfiguur.

 

16.Toevoeging aan de ouders van een raadsman of een onafhankelijke, bekwame, gekozen vertrouwenspersoon.

 

INTEGRITEIT

 

17.Rapporten van de Raad en G.I. dienen op ambtseed te worden opgemaakt. Hiermee wordt voor de betreffende rapporteurs een gevolg verbonden aan verwijtbaar onzorgvuldig opgestelde rapporten en wordt hen op voorhand ingescherpt dat onzorgvuldigheid niet vrijblijvend is.

 

18.Perverse financiële prikkels kunnen, bewust of onbewust, gemakkelijk leiden tot onvoldoende verantwoorde beschuldigingen tegen de ouders. Er dient toezicht te zijn op door de G.I.’s uitgeoefende druk om prestatienormen te halen.

 

NALEVING WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

 

19.Artikel 1:262 BW omschrijft de taken van de G.I., mede omvattende de taak om:- te zorgen voor hulp en steun aan de ouder om de concrete bedreigingen weg te nemen;-de ouder zoveel mogelijk in zijn ouderlijke verantwoordelijkheid te laten;-de gezinsband met het kind en de ouders te bevorderen. In de praktijk wordt dit artikel vaak genegeerd, waardoor maatregelen nodeloos verlengd worden. Dit vereist dringend beleid om deze toestand te saneren.

 

20.Art. 1:263 t/m 265 BW schrijft de ouders voor dat zij de aanwijzingen van de G.I. moeten opvolgen. In de rechtspraktijk plegen genoemde artikelen de G.I. te brengen tot een autoritaire bejegening van de ouders. Genoemde artikelen zijn een sta-in-de-weg voor een op samenwerking gerichte attitude bij ouders en G.I. Daarom dienen deze artikelen geschrapt te worden, evenals de Schriftelijke Aanwijzing.

 

21.Art. 1:265d bepaalt dat de uithuisplaatsing op grond van gewijzigde omstandigheden beëindigd kan worden. Dit artikel dient aangevuld te worden met de grond dat bij het nemen van de van kracht zijnde beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

 

OPSCHONING DOSSIERS

 

22.Indien komt vast te staan dat in een dossier onjuiste of onvolledige feiten of omstandigheden worden genoemd dient wettelijk te worden vastgelegd dat alle dossiers in alle lagen van de keten geschoond worden op straffe van een nader te bepalen sanctie.

 

PROFILERING

 

23.Beëindiging van profilering van ouders met behulp van de vele risico-taxaties die als een sleepnet door de samenleving worden gehaald (Onderwijs, Gezondheidszorg, Sportverenigingen enz. enz.) in strijd met het verdragsrechtelijk beschermde recht van ieder op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie, en die provoceren tot valse beschuldigingen tegen ouders door jeugdbeschermers. Zie: Over de Prevalentie van Kindermishandeling, NJB 2017-1330

 

24.Stop met bevordering van onbevoegde opsporing door burgers van “kindermishandeling”. Deze vorm van opsporing werkt lichtvaardige vervolging door Veilig Thuis en Raad voor de Kinderbescherming in de hand en houdt de morele paniek in stand.

 

ONAFHANKELIJKHEID

 

25.Vorm de justitiële jeugdketen (“Veilig Thuis”, G.I., Raad voor de Kinderbescherming) om tot van elkaar onafhankelijke, elkaar controlerende, elkaar toetsende organen.

 

26.Bij de voorgenomen beëindiging of niet-verlenging van een maatregel heeft de Raad voor de Kinderbescherming een toetsende taak. Diezelfde toetsende taak dient ook bij het het begin van de maatregel op de Raad te rusten. Dat kan alleen in een positie van onafhankelijkheid. Ouders ervaren een gebrek aan onafhankelijkheid bij de Raad doordat de Raad de voorgaande instanties openlijk aanduiden als “ketenpartners”

 

27.Splits het huidige jeugddomein in een Zorgdomein, gegrond op de Jeugdwet en een Beschermingsdomein, gegrond op de in het BW geregelde kinderbeschermingsmaatregelen. Zonder personele unie tussen deze domeinen. In het Zorgdomein is deskundige diagnostiek van het grootste belang. In het Beschermingsdomein staat de instrumentaliteit en de rechtsbescherming voorop. Beide domeinen dienen een eigen cultuur te ontwikkelen.

 

28.Voorkomen van “fuikwerking”. Met deze splitsing in Jeugddomein en Zorgdomein is de beruchte fuikwerking te voorkomen: “Je vraagt om hulp, maar je krijgt een maatregel”. Het Beschermingsdomein kan zaken overdragen aan het Zorgdomein. Andersom kan niet. Ouders moeten onbevreesd voor een autoritaire maatregel om hulp voor hun kind kunnen vragen bij huisarts, ziekenhuis, gedragstherapeut.

 

(1) https://jeugdbescherming.jimdofree.com/kwaliteit/de-stropop-redenering-p-prinsen/

 

(2) https://www.sosjeugdzorg.nl/actueel/gastblog/63-evangelisatiecentrum-voor-kindermishandeling

 

(3) http://svensnijer-essays.blogspot.com/2017/08/gemeentelijke-jeugdzorg-besturen-of.html

 

(4) http://advocatencomite.nl/PUBLICATIES/KINDERMISHANDELING.html

 

      http://svensnijer-essays.blogspot.com/2017/08/peter-prinsen-over-jeugdzorg-deel-2.html?m=0

 

(5) http://www.advocatencomite.nl/rechtsstaatookvoorkinderen.pdf

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Lees 1418 keer Laatst aangepast op maandag, 28 juni 2021 08:18
Beoordeel dit item
(2 stemmen)