Toon items op tag: problemen - SOS-Jeugdzorg

Casuïstiek

 

In het jeugdzorgsysteem is er geen integraal gezinsbeeld waarin de ouders een toegevoegde waarde hebben. Er wordt probleem-zoekend gewerkt in de jeugdzorg en er wordt enkel aan één of meerdere problemen gewerkt die zouden moeten verdwijnen of verminderen. De aanname dat goed functionerende gezinnen zeer kansrijke kinderen voortbrengen is niet het uitgangspunt, maar reparatie-denken. Alles wordt instrumenteel beschouwd, zodat een pleeggezin gelijkwaardig is aan het biologisch ouderschap. Maar de adoptie-wetenschap heeft aangetoond dat gezinnen wel degelijk toegevoegde waarde hebben in verband met de identiteitsvorming van kinderen/jongeren. (1) Een biologisch gezin dat goed functioneert is als het ware een gratis pleeggezin voor jeugdzorg. Je ouders kennen is voor hen alleen maar een juridisch recht (omgangsrecht) en geen ideale situatie vanuit het kind gezien.


Je bent niet alleen sociaalpsychologisch door je ouders gevormd, zoals sociaal werkers graag benadrukken, maar je draagt ook hun genen. In een fijn en warm gezin wordt de bloedband versterkt door een goede opvoeding. Sommige sociologen/professoren verbonden met jeugdzorg (Jan C.M. Willems ) praten daarom ook graag over de bloedband-mythe om het belang van de gezinsband te ondermijnen. Je kunt nu eenmaal makkelijker kinderen uit gezinnen wegnemen als je de halve waarheid vertelt, dat kinderen niet meer nodig hebben dan eten, verzorging en een dak boven hun hoofd. (2) In het jeugdzorg-systeem worden ouders primair als risicofactor gezien en nauwelijks als een hulpbron (de belangrijkste hulpbron) voor het opgroeiende kind. Het liefst nemen professionals van diverse instanties en scholen de opvoeding van ouders uit handen, omdat het wantrouwen naar ouders groot is. Dit leidt op termijn tot staatsopvoeding. (3) Door geleidelijk aan jeugdzorg het onderwijs in te brengen wordt de opvoeding langzaam overgenomen van ouders (GIRFEC), omdat ouders ook worden ingezogen in door de overheid gedicteerde sociale en maatschappelijke waarden. Ook hier is weer de aanname dat ouders die zelf niet hebben of niet de juiste waarden. Daarnaast is er in de praktijk weinig vertrouwen in de weerbaarheid van kinderen. Ieder zorg-signaal is een fataal element dat ‘bedreigend’ is voor het veilig opgroeien, zonder te accepteren dat ouders en kinderen samen een dynamisch leerproces doormaken gedurende de hele jeugd en opvoeding van het kind. Kinderen leren van ouders en ouders leren van hun kinderen.

 

Patiëntenkoepel Landelijk Platform GGz wil dat er een autoriteit met doorzettingsmacht komt waar kinderen en ouders terecht kunnen die te lang moeten wachten op zorg of niet de juiste zorg krijgen aangeboden. Gemeenten die verantwoordelijk zijn voor de jeugdzorg hebben te weinig geld, te weinig kennis en hulp laat te lang op zich wachten.

Wachtlijsten
De overgang van de jeugdzorg naar gemeenten gaat gepaard met veel problemen. Kinderen die zorg nodig hebben, moeten vaak zo lang wachten dat ouders met hun handen in het haar zitten. Ze worden van het kastje naar de muur gestuurd: naar de gemeente, het wijkteam of de hulpverlener.