SOS-Team - SOS-Jeugdzorg

JZ-Nieuws

SOS-Team

SOS-Team

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

 

The Dutch CPS system structurally fails to protect child interests

 

According to Sven Snijer & Ranada van Kralingen from the Dutch parental support organisation SOS-Jeudgzorg, the main reasons for the structural failure of the Dutch Child Protection System (“Jeugdzorg”) to protect child interests in The Netherlands are as follows.

 

1. Legal presumption of guilt

As a parent you are assumed to be guilty until proven innocent. Accusations against parents are routinely based upon nothing more than gut instinct.

Core presumption: Parents generally regarded as a danger to their own children. 

 

There is a complete lack of recognizing the integrity of the family system. See SMECC:

https://www.maastrichtuniversity.nl/nl/blog/2018/07/smecc-de-toekomst-van-effectieve-preventie-kindermishandeling

“Parental authority is no longer automatic at the birth of a child, but something that requires preparation and (where necessary extra) support.”

 

Yet despite this already extremely negative view of parental capabilities, many Dutch youth care theorists would like to see even more state control in raising children, according to state dictated rules and values such as the GIRFEC framework. 

 

https://journals.sagepub.com/doi/full/10.1177/2158244016629525

 

“Indeed, whereas for the 19th and (to an extent) the 20th century the ideal was to push the need for self-reliance and autonomy, and to argue that “to patrol the home was a sacrilege”… today in comparison, the state is more inclined to see autonomy as a barrier to the third-party support necessary to maintain risk-free relationships in the family.”

 

Mr Ir Peter Prinsen ()

 

13 november 2019

De kinderrechter kan een minderjarige die in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd onder toezicht stellen[1] (0TS) van een Gecertificeerde Instelling (GI). Een gezinsvoogd van de GI voert de OTS uit. De ouders worden geacht binnen een redelijk termijn[2] (normaal 2 jaar) de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding weer te kunnen dragen. Zo niet, dan kan het ouderlijk gezag worden beëindigd[3].

De kinderrechter kan voorts de GI machtigen het onder toezicht gestelde kind uit huis te plaatsen[4] als dat noodzakelijk is in het belang van verzorging of opvoeding.

Hoe kijkt de gezinsvoogd (jeugdbeschermer) tegen zijn/haar taak aan? Anders gezegd: is de gezinsvoogd zich bewust van het denkframe waarin hij is opgeleid?

 

Belang van het kind: Ouderexclusieve taakopvatting

De gezinsvoogd heeft geleerd dat het belang van het kind centraal moeten staan. Het belang van het kind is het enige dat telt. Dit is de ouder-exclusieve benadering. Karikaturaal uitgedrukt: Het gaat om het kind, de ouders doen er niet toe.

 De gezinsvoogd die in dit denkframe redeneert beseft niet dat hij onbewust het kind tegenover zijn ouders plaatst. Veel jeugdbeschermers lijken ervan uit te gaan dat zij het kind tegen diens ouders moeten beschermen. Zij beseffen niet dat het wèl de ouders zijn van hun pupil, en dat hun benadering noch van respect voor hun pupil, noch van respect voor de ouders van hun pupil getuigt. De gevoelens van het kind voor zijn ouders worden genegeerd, niet zelden met grof geweld.

Het kan ook anders. Sterker nog: de wetgever schrijft een ander frame voor:

 



[1]     art. 1:255 lid 1 sub a BW

[2]     art. 1:255 lid 1 sub b BW

[3]     art. 266 BW

[4]     art. 1: 265 b lid 1 BW

 

 

      

 

Vrije rechtsvinding is de minst aan codificatie gebonden vorm van rechtsvinding (Mr.G.J. Wiarda, ‘Drie typen rechtsvinding’; Kluwer, ISBN 9789027150592).

Gerard Wiarda plaatste bij het meest vrijblijvende systeem van rechtsvinding, dewelke jeugdzorgrechters gebruiken, een gróót knipperlicht!!!  Bij het passeren tot in dit vrije systeem kleven gevaren van willekeur en rechtsonzekerheid, zeker voor het gezin dat geen voorlichting en dus geen keuze kreeg. 

 

Deze vrijheid voor de rechter wordt bij familiezaken, zeker  met jeugdbescherming, – opmerkelijk – achter geslóten deuren behandeld, zodat er nauwelijks controle plaats kan vinden op het overschrijden van grenzen.1  

Dit op basis van artikel 803 Rv,[1]  waarbij de jeugdbescherming zich beschouwt als belanghebbende qua persoonlijke levenssfeer, en zal een verzoek van ouders om een eigen deskundige ter zitting te mogen hebben niet honoreren, en daar gaan onkundige rechters in mee. We zien in de praktijk dat de jeugdbescherming tégen ouder’s verzoek op basis van lid 2 stemmen. Vreemd, omdat de jeugdbescherming er niet naar ‘persoonlijke levenssfeer’ zit!

 

Bijlage is het grootste deel van de tekst die ik de Inspectie G&J heb gestuurd.

Duidelijk hierin is dat er twee stukken in gebruikt zijn zodat overlap logisch is. Bijlage!
+
Ik heb nu per post dus ook het MinJus geschreven omdat op de mail geen ontvangstbevestiging kwam (het antwoord op vorige WOB-brief was veronderstellend dat de inspectie alles onderzoekt, afschuivend, geen begrip voor inhoud dat kinderen raakt):


Waarde excellentie,

In uw brief geeft ge eigenlijk aan dat ge geen toezicht houdt op de toezichthouders en ondanks alle kritiek over de jeugdzorg geloof stelt dat dit sociale en zo besloten domein nooit zulke grote aantallen fouten maakt dat er in het land gesproken wordt van institutionele kindermishandeling.

De jeugdbescherming schemert naar de pers dat er zoveel tevreden cliënten zijn, maar wanneer we met een WOB-verzoek het rapport cliënttevredenheidsonderzoek, de cliënt aangaande, opvragen, verschuilt de G.I. zich achter een onbewezen feit dat de G.I. niet valt onder de WOB, ondanks uw site https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/wet-openbaarheid-van-bestuur-wob/documenten/rapporten/2005/06/10/lijst-voorbeelden-publiekrechtelijke-instelli met een lijst van publiekrechtelijke instellingen, waaronder: “Voogdij- en gezinsvoogdij instellingen (Guardianship and Family Guardian ship Institutions)” onder ‘Ministerie van Justitie’ op pagina 2.

Waar het om een intern stuk zou gaan, niet de cliënten betreffende, dan is er nog begrip voor de rigide houding van de G.I..

Doch waar naar de pers geschemerd wordt dat de G.I. bijna geen klagers kent, tegenover de duizenden bij ouderorganisatie klagende ouders, en het gaat om het meest optimale belang van het kind-met-interactiebelangen-met-diens-familie (een kind is geen alleenstaand object), met ook latere belangen (identiteitsfase; denk aan prof. René Hoksbergen), geeft de G.I. geen reëel beeld, of erger, verbergt de G.I. diens fouten.

 

 

Studeerkamerlezing

KEERPUNTEN voor het FAMILIERECHT

Op 7 mei 2013 werd Nederland opgeschrikt door een familiedrama. Op die dag werd het lichaam gevonden van de vader van Ruben en Julian uit Zeist. Veertien dagen later werden de lichamen van de twee broertjes gevonden. Het was de fatale afloop van een “conflictueuze echtscheiding” die zich vier jaar heeft voortgesleept.

De burgemeester van Zeist wilde meteen Jeugdzorg en Kinderbescherming aanspreken over “de begeleiding van het gezin”.

In het Inspectierapport lezen we wat eraan vooraf ging:

 “De moeder heeft meerdere malen bij vrijwel alle betrokken instellingen aangegeven dat zij zich zorgen maakte over de veiligheid van de kinderen bij vader. Deze signalen zijn door alle instellingen serieus genomen en onderzocht.

In het functioneren van de vader […] is door de verschillende instellingen nooit […] bevestiging gevonden voor deze signalen. De vader toonde zich in de contacten met de instellingen betrokken, redelijk en meewerkend.

Na de laatste politieaangifte van de moeder tegen de vader besluit de Raad om met een OTS “een stabiele, voorspelbare en rustige opvoedsituatie te creëren”, door beëindiging van het co-ouderschap, met:

-    hoofdverblijf bij de moeder,

-    ééns in de twee weken omgang met vader.

De Inspectie verzucht:

“Ouders moeten bereid en in staat zijn om te reflecteren op hun handelen.

Er moet “wetenschappelijk onderzoek” komen over “het doorbreken van de impasse tussen strijdende ouders”.

De noodzaak van “wetenschappelijk onderzoek” spreekt mij aan. Maar de insteek van de Inspectie niet. Ik zie liever onderzoek naar een “doorbreken van de impasse van het Familierecht” want dáár wringt volgens mij de schoen.

Had dit drama voorkomen kunnen worden? Ja, dat had gekund. Maar het vereist een viertal radicale omwentelingen in ons denken over scheidingen:

 

Bericht van de RvdK over het regeeraccoord 2017 m.b.t. de ‘jeugdzorg’:

 

 

 

https://www.kinderbescherming.nl/actueel/nieuws/2017/10/02/dit-staat-er-over-kwetsbare-kinderen-in-het-regeerakkoord-vertrouwen-in-de-toekomst.

 

Echtscheidingen die problematisch verlopen kunnen veel schade aanrichten bij ex-echtelieden en eventuele kinderen. Landelijk beleid ten aanzien van het voorkomen van “vechtscheidingen” zal gericht zijn op het wegnemen van knelpunten, die zich voordoen bij het voorkomen van deze schade. Het belang van het kind dient te allen tijde voorop te staan, wat maakt dat het contact van het kind met de ouders en grootouders wordt bevorderd.” –  

 

Daar staat: Echtscheidingen kunnen schade aanrichten, en dat klopt waar door verkeerde communicatietechnieken men te belast geraakt bewust aan communicatietechniekcursus te doen, dat positieve invloed kan hebben op wat het kind aan signalen bij de belaste ouders voelt of ziet uitstralen; een kind is niet blind voor het non-verbale. En, let op:: Het beleid zal gericht zijn op het makkelijker maken van de drang en dwang in jeugdzorgland. Dit kan met de signalen die zich voordoen bij de jeugdzorg die zelf tracht deze te 'voorkomen', doch al te vaak laat escaleren, waarover veel staat op o.a. de site van http://peterprinsen.nl/LEESMAAR.htm. En: Het belang van het kind, afgezonderd van diens belangen diens ouders te kennen en de kind-ouder-banden, staat voorop, heel koud en eenzaam.

 

Er wordt nader onderzoek verricht naar een verdere herijking van het familierecht. Daarbij gaat het onder meer om adoptie, echtscheiding, alimentatie en de positie van grootouders. Ook hierbij is het belang van het kind leidend.” –

 

Waar de jeugdzorglobby dit dicteert, zullen de scheidende ouders – i.p.v. zo vroeg mogelijk bij aandienen van scheiding (dàn bekend bij de rechtbank) – juist zo lààt mogelijk van een zo laag mogelijk jeugdzorgniveau de bemoeizorg krijgen. Dit staat haaks op het IVRK art. 24 lid 1 dat spreekt over een zo hóóg mogelijke ook psychische en orthopedagogische gezondheidszorg, waartoe goed en deskundig informeren aan ouders wat signalen kunnen aanrichten bij het kind onder scheidingsproblematiek.

 

Daar is gespecialiseerde kennis voor nodig die ouders eigenlijk urgent zèlf behoren te zoeken (BW1:247) maar met de kwakzalverij van omgangs-OTS zal dat de bekende, escalerende hulptrajecten zijn waar de gezinsvoogd vermijdt BW1:262 en 263 te gebruiken:

 

Een niet-meewerkende ouder aan diagnostiek (interactieonderzoek) zal geen juiste voorlichting verkrijgen en geen schriftelijke aanwijzing om mee te werken mèt de uitleg dat een [tijdelijke] beëindiging van ouderlijk gezag tot de mogelijkheden hoort om als een stok achter de deur de ouder te bewegen mee te werken aan 'diagnostische waarheidsvinding'. Òmdat ‘leugens’ niet geroken kunnen worden, en de gescheiden ouders elk wat anders vertellen, en de gezinsvoogd speculeert wat waar zou zijn, dient er zo snel mogelijk in het belang van het ontvankelijke kind geméten te worden, met voorlichting om ouders zo mogelijk bewuster te maken wat houding en communicatie met het kind kan doen. Het kind zou niet lang mogen lijden aan verkeerde representatie door belaste ouders.

 

 

Wat voor waarheidsvinding?

  

Nu blijkt dat de 'jeugdzorg', gedwongen door de roep om 'waarheidsvinding', een truc heeft bedacht.

We mogen gaan kijken naar en meedenken aan achteraf-waarheidsvinding, wanneer ouders reeds in het beklaagdenbankje zitten van 'onderzoek' d.m.v. gezinsplan.

Het gezinsplan is in de maak gezet bij de jeugdbescherming, de G.I..

Daar is aan vooraf gegaan een melding en Veilig Thuis, dat vaak ook al onder de hoed zit van de G.I.. Of de RvdK heeft deze casus doorgeschoven naar de G.I..

Achteraf-waarheidsvinding bevindt zich dus reeds in de beklaagdensfeer; er zijn 'vermoedens', er zijn verdachte signalen, ja, er moeten dan wel problemen zijn.

  

Achteraf-waarheidsvinding. 

Een concept gezinsplan bevat reeds een kijk op wat fout gaat en bij S&O-zaken kunnen gescheiden ouders de inbreng van de andere ouder diskwalificerend gevoelen en escalatie is reeds gaande. Ook de puber die dit wordt voorgelegd leest en wordt aan loyaliteitsconflicterende signalen over diens ouders blootgesteld. Ook staat er zelden in het plan welke echte specialist met welke beroepsregistratie op welke open onderzoeksvragen de voorlichting aan ouders zal geven en de diagnose uitvoeren om het meest optimale hulptraject te laten bepalen. Vaak wordt dit overgelaten aan een jeugdzorgwerker die daarvoor niet medisch geclassificeerd is.

In FJR2010/92 worden wat knelpunten beschreven die een rechter reeds vermoedde.

Achteraf-waarheidsvinding is dus een feit geworden in de aanloop om propaganda te maken met Jeugdwet 3.3. Het is niet enkel misleidend doch ook schadelijk gezien de beschuldigingen in 'vermoedens' en roddel.


 

 

 

Waarheidsvinding versus Niet-pluis-gevoel

Ouders en jeugdbeschermers zijn al jaren verwikkeld in een hoog oplopend debat over valse beschuldigingen in rapporten. Jeugdbeschermers: “In het jeugdrecht gaat het niet om waarheidsvinding. Dat begrip komt uit het strafrecht. In het Jeugdrecht kunnen we daar niets mee”.

Het is niet verwonderlijk dat ouders zich met dit antwoord niet-gehoord voelen. Zij vinden het oneerlijk, een drogreden: zij klagen immers niet over het niet-vinden-van-de-waarheid (welke waarheid), maar over het toelaten van onwaarheden. Tot in de hoogste regionen wordt met deze drogreden het debat de verkeerde kant opgestuurd. Ook op parlementair niveau, artikel 3.3 Jeugdwet en de aangepaste protocollen ten spijt.

Eerlijk debatteren

Een eerlijk debat begint ermee elkaar een blik te gunnen op de eigen positie bij de besluitvorming inzake een K.b.-maatregel. Een jeugdbeschermer die moet beslissen om in een bepaalde situatie een OTS of UHP voor te stellen komt soms niet verder dan een z.g. “niet-pluis-gevoel”: het gevoel dat iets niet goed zou kunnen zitten maar wat je niet hard kunt maken. “Stel dat het in dat gezin later misgaat”, zo is de gedachte, “dan ben ík daarvoor verantwoordelijk”.

Inderdaad: een niet-pluis-gevoel is niet te herleiden tot een harde waarheid. Alle begrip daarvoor. Maar dan?

De verleiding is groot om te zoeken naar concrete beschuldigingen die, mits waar, een maatregel meer kunnen rechtvaardigen. Halve waarheden en hele onwaarheden komen in het rapport dat uiteindelijk naar de rechter gaat.

 

Allemaal gekkies? 

Stichting SOS Jeugdzorg en Jeugdzorg Dark horse zijn in 2016 begonnen met workshops onder de titel ‘Allemaal gekkies’ om ouders, jeugdigen, hulpverleners en jeugdbeschermers met elkaar in gesprek te brengen. Bij ouders en jeugdbeschermers bestaat vaak wantrouwen over en weer over de intenties en het juiste inzicht over wat kinderen/jeugdigen nodig hebben voor hun veilige ontwikkeling en dat levert meer dan eens escalaties op die resulteren in kinderbeschermingsmaatregelen die voorkomen hadden kunnen worden.

(Rapport Kinderombudsman 2013 ‘Is de zorg gegrond?’)

 

‘Wat is in onze ogen een verantwoorde en respectvolle manier om deze jonge mensen zo te begeleiden dat ze de vaardigheid ontwikkelen om steeds flexibel te blijven en in te kunnen spelen op een snel veranderende maatschappij en zich ontplooien tot sociale, kritisch denkende en zelfredzame wereldburgers?’ 

 

Door Lukretia S. Bressers-Tuinstra
Creatief Onderwijs Vernieuwer
The Next Generation

 Malieveld Den Haag, 29 juni 2016

 

 

Dit is een stelling die wij ouders allemaal begrijpen!

 

Het recht van opvoeding eerbiedigt de staat van ouders om zich van die opvoeding en van dat onderwijs te verzekeren, die overeenstemmen met hun eigen godsdienstige en filosofische, pedagogische en didactische overtuigingen!

 

Wanneer hier niet aan voldaan wordt krijg je te maken met thuiszittersproblematiek. Op dit moment zijn 21.000 kinderen verstoten van onderwijs.

Als de leeftijd doorgetrokken wordt naar 23 jaar spreken we over 150.000 jonge mensen die geen startkwalificatie of diploma hebben en niet naar school gaan.

 

Art 23 lid 2 Onderwijs

Het onderwijs geven is vrij, behoudens het toezicht van de overheid en voor wat bij de wet aangegeven vormen van onderwijs betreft, het onderzoek naar bekwaamheid en de zedelijkheid van hen die onderwijs geven, een ander bij de wet te regelen.

 

Art 8 Primair onderwijs

 

Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Het wordt afgestemd op de voortgang van de leerlingen.

Samen sterk voor rechtvaardige jeugdzorg

SOS-Jeugdzorg Contact

Nieuwste Tweet


RT @Ranada1967: Juriste Christinane de Waele* heeft geen goed woord over voor de werkwijze van Veilig Thuis (AMHK). @DarkJeugdzorg @SOSJeug…

Volg ons op Facebook